Registratie als Pleziervaartuig niet langer mogelijk voor Ideële Organisaties

Registratie als Pleziervaartuig niet langer mogelijk voor Ideële Organisaties

Arnold van Steenderen
04 oktober 2018

De recente gebeurtenissen rond het onder Panamese vlag varende migrantenreddingsschip “Aquarius” zijn wel bekend. Onder druk van de Italiaanse overheid heeft de vlaggenstaat Panama aangegeven dat de “Aquarius” niet langer gerechtigd is tot het voeren van de Panamese vlag. De “Aquarius” voer in opdracht van de hulporganisatie SOS Méditerranée in de Middellandse Zee om bootvluchtelingen uit rubberboten, of uit zee, op te pikken en in een EU lidstaat aan wal te brengen. Ongetwijfeld mede naar aanleiding van deze vlagperikelen heeft de Minister van Infrastructuur en Waterstaat op 26 september 2018 aan de Tweede Kamer laten weten dat wordt overgegaan tot een beleidswijziging die ertoe leidt dat met onmiddellijke ingang wijziging wordt doorgevoerd ten aanzien van de registratie en certificering van zeeschepen van organisaties met ideële doelstellingen. 

Organisaties met ideële doelstellingen konden tot dusverre hun zeeschepen inschrijven in het Nederlandse Vlaggenregister in dezelfde categorie als pleziervaartuigen. Dit heeft tot gevolg dat deze schepen ook voor wat betreft veiligheids- en bemanningswetgeving als pleziervaartuig werden aangemerkt. Dit impliceerde dat deze schepen niet behoefden te voldoen aan een aantal eisen op veiligheids- en bemanningsgebied. Naar mening van het Ministerie wordt met deze handelwijze onvoldoende recht gegaan aan het risicoprofiel van dergelijke schepen. In verband hiermee worden thans de normale voor zeeschepen geldende eisen gesteld, ook aan zeeschepen die als pleziervaartuig zijn geregistreerd, voor zover in eigendom toebehorende aan de vorenbedoelde organisaties met ideële doelstellingen. De basis voor het nieuwe beleid is gelegen in respectievelijk het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS) en het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake Opleiding, diplomering en wachtdienst (STCW Verdrag). In relatie tot veiligheid moet onder meer gedacht worden aan de eisen die gelden voor de constructie van het schip, de machine- en elektrische installatie, brandbescherming en –bestrijding, stabiliteit, reddingsmiddelen, communicatiesystemen en navigatiemiddelen. Naast genoemde eisen aan bemanning inzake opleiding en diplomering zal er tevens een bemanningsplan opgesteld moeten worden waarmee een veilige vaart wordt gewaarborgd. De beleidswijziging geldt met onmiddellijke ingang voor schepen waarvoor vanaf 26 september 2018 een aanvraag tot inschrijving in het Nederlandse Vlaggenregister wordt ingediend. Het Ministerie treedt in overleg met de organisaties met ideële doelstellingen wier schepen op dit moment reeds staan ingeschreven in het Nederlandse Vlaggenregister om te komen tot een aanvaardbare overgangstermijn om dit beleid ook op deze schepen te gaan toepassen.

In het voorstel van Rijkswet nationaliteit zeeschepen - waarvan de behandeling in het wetgevende traject op dit moment voorlopig is stilgelegd, zijn regels te vinden omtrent de verkrijging en het verlies van de nationaliteit van zeeschepen. Met deze Rijkswet wordt invulling gegeven aan artikel 91 van het op 10 december 1982 te Montego-Bay tot stand gekomen Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (VN-Zeerechtverdrag) en aan artikel 3, eerste lid, onderdeel e, van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Voor dit onderwerp is van belang dat in het voorstel van Rijkswet is voorzien in de bevoegdheid om de nationaliteit van een zeeschip bij wijze van sanctiemaatregel in te trekken. Onder meer de creatie van deze bevoegdheid zorgt ervoor dat een onderscheid tussen teboekstelling en nationaliteitsverlening noodzakelijk is. In de huidige, geldende, regelgeving zijn teboekstelling en nationaliteitsverlening onlosmakelijk met elkaar verbonden. Volgens het wetsvoorstel heeft doorhaling (uitschrijving) van de inschrijving van een zeeschip in het Vlagregister als gevolg het verlies van de nationaliteit van het Koninkrijk, het verlies van het recht de nationaliteitsvlag van het Koninkrijk te voeren en verval van de zeebrief. Het gaat hier om een bestuursrechtelijke sanctie; doorhaling van de inschrijving in het Vlagregister betekent niet dat tevens de teboekstelling in Nederland doorgehaald moet worden. Het Burgerlijk Wetboek kent een eigen kader aan de hand waarvan wordt beoordeeld of doorhaling van de teboekstelling aan de orde is. Net als bij inschrijving in het teboekstellingsregister liggen ook hier redenen van privaatrechtelijke aard aan eventuele doorhaling ten grondslag. Het burgerlijk recht geeft bepalingen ter bescherming van de positie van zakelijk gerechtigden (bijvoorbeeld de hypotheekhouder) en doorhaling van teboekstelling kan slechts plaatsvinden na verkregen rechterlijke machtiging. In de Memorie van Toelichting wordt erop gewezen dat het begaan van bepaalde strafbare feiten als een zodanig ernstige schending van de Nederlandse, Arubaanse, Curaçaose, Sint-Maartense dan wel internationale rechtsorde moet worden beschouwd dat een ernstig vermoeden van pleging van één van deze feiten een reden vormt voor een besluit tot doorhaling van de registratie van het zeeschip. In dit verband is het interessant dat het ontwerp van de Rijkswet voor consultatie onder meer is voorgelegd aan Greenpeace en Sea Shepherd Conservation Society. Hoewel Sea Shepherd en Greenpeace van de Postcode Loterij een vaste bijdrage ontvangen is met name ten aanzien van Sea Shepherd Conservation Society door de Amerikaanse rechter geoordeeld dat deze organisatie zich op volle zee heeft schuldig gemaakt aan piraterij en dat zij internationale verdragen betreffende het gedrag op zee heeft geschonden. Met de brief van 26 september 2018 laat de Minister zien dat het de Nederlandse overheid ernst is met het in beleid omzetten van de op haar drukkende internationale regelgeving.