Hoe onwrikbaar is het recht om de verzekeringsovereenkomst tegen de contractsvervaldatum te beëindigen?

Hoe onwrikbaar is het recht om de verzekeringsovereenkomst tegen de contractsvervaldatum te beëindigen?

Martina Smit
23 oktober 2020

Mag de verzekeraar wel gebruik maken van het recht de polis tegen de contractsvervaldatum te beëindigen?

Ook dit jaar maken verzekeraars massaal gebruik van het in de polisvoorwaarden opgenomen recht de verzekeringsovereenkomst niet ‘as is’ voort te zetten en derhalve pro forma te beëindigen. Met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn worden polissen met enkele regels tekst opgezegd. Deze tekst kan kort zijn omdat kan worden verwezen naar het recht om op te zeggen; de polisvoorwaarden eisen geen toelichting bij de beëindiging.   

Deze korte tekst kan wel een enorme impact hebben op de verzekerde (en diens bedrijf).

Laten we het voorbeeld nemen van de talloze verzekerde bedrijven die – in een reeks van jaren – wederom worden geconfronteerd met de mededeling dat de polissen worden beëindigd. Dit is hoe dan ook vervelend nieuws maar in dit jaar waarin diverse branches onevenredig hard worden geraakt door de gevolgen van corona en de coronamaatregelen is dit des te ingrijpender. 

Wat zijn de consequenties van een dergelijke beëindiging?

Het verzekerde bedrijf zal meer premie moeten betalen voor het verkrijgen van dezelfde of zelfs mindere verzekeringsdekking; ofwel via de bestaande of via een nieuwe (andere) verzekeraar. Want als dit niet zo zou zijn, waarom zou de polis dan zijn beëindigd?

Het niet meer kunnen verkrijgen van de oude dekking tegen dezelfde premie is één ding. Het niet meer volledig kunnen (af)dekken van de alsnog te realiseren dekking, is nog vervelender. Dit is – zo blijkt uit de beurs-branche – steeds vaker het geval waarbij situaties waarin een polis niet meer voor 100% volgetekend kan worden door de in de markt beschikbare verzekeraars meer en meer voorkomen.

Het behoeft geen uitleg dat de situatie waarin überhaupt geen dekking meer kan worden gerealiseerd, het ultieme dieptepunt is voor een bedrijf.

De consequenties daarvan in combinatie met de grote financiële impact van  Covid-19 kunnen veel bedrijven simpelweg niet (meer) dragen. Bedrijven die dit jaar hun omzet met vele tientallen procenten zagen dalen en het merendeel van het personeel heeft moeten ontslaan, kunnen de verhoogde premies er niet ook nog bij hebben. De keuze om de risico’s niet meer te verzekeren ligt dan voor de hand. Maar kan het bedrijf dan nog wel blijven draaien? Was het niet een paar jaar geleden dat het Verbond van Verzekeraars de campagne “Fijn dat we verzekerd zijn” lanceerde om duidelijk te maken dat verzekeringen een essentiële rol spelen in de dagelijkse praktijk van bedrijven en privépersonen? Hiermee is de vraag of een bedrijf wel zonder het afdekken van haar risico’s kan voortbestaan al grotendeels beantwoord. Een enkele schade kan al funest zijn.        

(Overigens wordt het traject van risicomanagement voor deze beschouwing buiten beeld gelaten; uiteraard kun je risico’s ook op andere manieren aanpakken zoals het treffen van maatregelen tot het voorkomen en beperken van risico’s of zelf een buffer aanleggen. Maar dan nog kan een verzekering hard nodig zijn.) 

Waarom de polis niet beëindigen?

Het tegengeluid hierop kan zijn dat verzekeraars het (ook) financieel zwaar hebben door bijvoorbeeld tegenvallende schaderesultaten, de lage rentestand, compliance regelgeving, etc. maar ook dat verzekeraars “gewoon” het recht hebben de polis op te zeggen en daar gebruik van mogen maken. 

Het eerste punt zal zich ten aanzien van dit jaar tonen als de jaarcijfers en resultaten over 2020 bekend worden gemaakt. De cijfers voor 2019 vertoonden in ieder geval wel een licht positief beeld (https://www.riskenbusiness.nl/nieuws/insurance/jaarverslag-verbond-premie-inkomsten-uit-schadeverzekeringen-groeiden-in-2019-met-5-schadelast-daalde-met-e400-miljoen/)

Het tweede punt kan nu al worden besproken waarbij de kritische vraag mag worden gesteld of dit recht van verzekeraars om de polis niet voort te zetten per contractsvervaldatum wel zo onvoorwaardelijk is als wordt voorgedaan?

Het uitgangspunt van het Nederlands verzekeringsrecht (meer algemeen het contractenrecht) is de ruime contractsvrijheid die partijen hebben. Als het recht om op te zeggen (met inachtneming van een opzegtermijn) is bedongen en een contractspartij wil gebruik maken van dit recht, dan is dat mogelijk. 

De vraag is echter of het gebruik maken van dit recht in de gegeven omstandigheden ook naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is. Anders gesteld, mag een verzekeraar – als redelijk handelend verzekeraar – op deze wijze gezien de relevante omstandigheden van het geval gebruik maken van de mogelijkheid om de verzekeringsovereenkomst te beëindigen? 

De rechtspraak

De rechtspraak op dit specifieke onderwerp is niet bepaald overvloedig. Wellicht is dit ingegeven door de algemene gedachte dat een dergelijk recht “gewoon” mag worden ingeroepen of dat de noodzaak om hier tegen te ageren tot nu toe nog niet zo groot was om hierover te procederen. Gezien de hiervoor geschetste consequenties van een opzegging, kan deze noodzaak in 2020 zich wel voor gaan doen.  

Het moet worden gezegd: in de wel aanwezige rechtspraak op dit punt, kregen verzekerden nul op het rekest. Maar niet omdat werd geoordeeld dat het hier een recht betreft waar een verzekeraar zonder meer een beroep op kan doen. Integendeel.

In de betreffende rechtspraak werden meerdere aspecten aan de orde gesteld op basis waarvan de rechter toetste of de verzekeraar het recht om het contract per contractsvervaldatum te beëindigen wel mocht inroepen. Bij deze beoordeling werd dit recht om te beëindigen als uitgangspunt genomen maar werd het beroep op dit recht niet zo maar zonder nadere beoordeling gehonoreerd. Hoewel deze rechtspraak vrij casuïstisch is, kunnen hieruit wel enkele toetsnormen worden gedestilleerd. 

Zo werd in 2018 door de Rechtbank Noord-Holland geoordeeld dat de verzekerde in het betreffende geval geen “andere feiten en omstandigheden heeft aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat deze opzegging in strijd is gedaan met de geldende regelgeving dan wel de polisvoorwaarden”. Uit de uitspraak blijkt niet van een uitgebreid debat ten aanzien van strijd met bepaalde regelgeving.

De Rechtbank Den Haag sprak zich in 2019 in kort geding concreter uit over het inroepen van het recht van het beëindigen van de verzekeringsovereenkomst. De rechtbank stelde expliciet de vraag aan de orde of de opzegging in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid aanvaardbaar is.

Zo beoordeelde de rechtbank onder meer het schadeverleden van de verzekerde en overwoog de rechtbank dat de verzekeraar op enig moment de bedrijfseconomische afweging mag maken of zij het risico nog langer wil dekken. Ook besteedde de rechtbank aandacht aan de verstrekkende gevolgen die de beëindiging voor de verzekerde kan hebben. Niet onbelangrijk oordeelde de rechtbank dat de verzekeraar een maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft. Echter heeft ook de verzekeraar te zorgen voor de eigen bedrijfscontinuïteit. (Zoals hiervoor genoemd was dit in 2019 in ieder geval voldoende gewaarborgd.) Ook speelde het vertrouwen van de verzekeraar in de verzekerde een rol.

Dit laatste raakt één van de kernwaarden van het verzekeren: het verzekeringscontract is immers gebaseerd op de ultieme goede trouw. Vertrouwen (ultiem of niet) werkt twee kanten op. 

Vertrouwen

Het is ook dit vertrouwen dat een verzekerde heeft in haar verzekeraar dat de polis wordt gecontinueerd in geval de verzekerde een uitstekend schade-ratio heeft, op het eerste verzoek van de verzekeraar aan (preventieve) voorwaarden voldoet om de dekking te continueren en de verzekerde altijd op tijd de premie heeft betaald.

Is het niet ook juist in deze tijd waarin bepaalde branches extra zwaar worden getroffen dat een verzekerde er vertrouwen in mag hebben dat de dekking wordt gecontinueerd zonder een verzwaring van de premie? Dit omdat de verzekeraar wellicht ook wel inziet dat dit jaar niet het jaar is om deze verzekerde nog een extra financiële molensteen om de nek te hangen? Zou in deze gevallen, in 2020 de afweging over het beëindigen van het contract per contractsvervaldatum naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid, niet als onaanvaardbaar moeten worden beoordeeld? 

Juist in deze periode zou een voorgenomen opzegging in bepaalde gevallen heroverwogen kunnen worden. Niet alleen kan de beoordeling over dit recht van opzeggen nu eens anders gaan uitvallen maar juist nu kunnen verzekeraars zich van hun beste maatschappelijk verantwoordelijke kant laten zien. In bepaalde branches lijkt – zeer recent - op dit punt een positief geluid van enkele verzekeraars te worden gehoord maar of dit positieve geluid definitief daadwerkelijk opvolging krijgt, zal de komende maanden nog moeten blijken.   

Welke verzekerde pakt deze handschoen op? Of nog beter, welke verzekeraar start het overleg met haar verzekerde? 

Martina Smit

Van Steenderen MainportLawyers 

Rotterdam, 14 oktober 2020